astropeople.punt.nl
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
 
              
 
Het leven van Jean François Champollion is een uitstekend voorbeeld om de kwaliteiten van Uranus en Neptunus zichtbaar te maken.
In de ontcijfering van de hiërogliefen heeft Champollion een heel belangrijke rol gespeeld. Op het moment dat hij een beslissende stap deed in het ontcijferen van de hiërogliefen, had Champollion Uranus-aspekten in zijn prenatale ontwikkeling, en tevens een Uranus/Neptunus conjunctie als transit over zijn geboorte Zon. We zullen dat hieronder verder toelichten.

Allereerst beschrijven we de wel heel bijzondere aanloop tot deze ontdekking, in een aantal punten:

11 jaar oud, 1802 herfst, zag de collectie Egyptische kunst bij Fourrier,
14 jaar oud, 1804, zag overeenkomsten tussen het Koptisch en het oud-Egyptisch,
17 jaar oud, 1807, leerde zichzelf Koptisch spreken, 
19 jaar oud, 1809, ontdekte dat er drie soorten schrift zijn: demotisch, hiëratisch en hiërogliefen, 
23 jaar oud, 1813, eerste ontdekking van een overeenkomst tussen het Koptisch en het oud-Egyptisch, 
           las in de tussentijd, de Egyptische Dodenboeken en
           vergeleek dat met de Egyptische Dodenboeken, zoals die zijn uitgevoerd in hiërogliefen, in de grafkamers,
30 jaar oud, 1821, mei, kon teksten overzetten, van demotisch, naar hiëratisch, naar hiërogliefen, en omgekeerd,
31 jaar oud, 1821, 23 december, vergeleek aantallen Griekse woorden en hiërogliefen,
31 jaar oud, 1822, januari, zag de inscriptie "Cleopatra" op de obelisk van Philae,
31 jaar oud, 1822, augustus, ontdekte de zgn. "determinatieven",
31 jaar oud, 1822, 22 augustus, hield een verhandeling over het demotisch,
31 jaar oud, 1822, 14 september, "je tiens l'affaire", ontcijferde de hiërogliefen, definitief,
31 jaar oud, 1822, 27 september, schreef de "Lettre à M. Dacier",
32 jaar oud, 1823, schreef zijn "Précis du Système hiéroglyphique",


Jean François Champollion
 
23 december 1790, om 2.00 uur plaatselijke tijd, werd Champollion in Figeac geboren. Zijn vader was Jacques Champollion, een boekhandelaar.
Het verhaal gaat dat zijn moeder ernstig ziek was tijdens haar zwangerschap. Zij werd behandeld door een natuurarts, voor die tijd heel gewoon. Ze kreeg kruiden voorgeschreven. Het wonderlijke wil dat deze kruidengeneeskundige haar voorspelde: "De votre maladie il naître un garçon qui sera une lumière des siecles à venir!" ("Uit uw ziekte zal een zoon geboren worden die het licht van de komende eeuwen zal zijn!")
Jean François Champollion groeide op tussen de boeken.
Hij wilde al vroeg van alles weten en stelde heel veel vragen. Zijn moeder las hen vaak voor uit een missaal, een gebedenboek. Jean François leerde uit het hoofd wat hij wat hoorde. Later pakte hij hetzelfde boek er weer bij, en vergeleek hij het gehoorde met het gedrukte. Zo leerde hij zichzelf lezen en schrijven. Hij was toen 5 jaar oud.
 
Zijn 12 jaar oudere broer Jacques Joseph gaf hem het eerste onderwijs. Jacques Joseph was geïnteresseerd in archeologie. Hij maakte Jean François bekend met het oude Egypte.

In 1797 ging deze broer naar Grenoble. Jean François ging daarop voor het eerst naar school, 7 jaar oud. Hij leerde er spelenderwijs Grieks en Latijn.

De Steen van Rosetta
 
 
 
              
 
Omstreeks deze tijd, op 2 augustus 1799 werd de steen van Rosetta gevonden. Op 15 september 1799 werd daar verslag van gedaan in de "Courrier de l'Egypte". Jacques Joseph, de broer van Champollion was geabonneerd op dit tijdschrift en ontving  deze uitgave van de "Courrier de l'Egypte" nr. 37. Op deze manier kwam Jean François Champollion dit gegeven onder ogen.

Grenoble
 
In 1801, 11 jaar oud, ging Jean François Champollion naar Grenoble. Hij kreeg daar opnieuw onderwijs van zijn broer, Jacques Joseph. Korte tijd later ging hij naar een plaatselijk lyceum en kreeg onderricht van de abt Dussert. Naast Latijn en Grieks kreeg hij nu ook les in Hebreeuws. Omdat Jean François zo leergierig was, kreeg hij de gelegenheid om er nog drie talen bij te doen, Arabisch, Syrisch en Chaldeeuws.

Jean Baptiste Fourrier

Het 'toeval' wilde dat rond deze tijd er een nieuwe prefect in Grenoble werd aangesteld. Het was de wis- en natuurkundige Jean Baptiste Fourrier. Deze wetenschapper was met Napoleon mee geweest naar Egypte. En hij had van deze reizen een kleine collectie Egyptische kunst meegebracht. Hij was de samensteller van de grote historische inleiding tot de prachtige uitgave: "Description de l'Egypte".
Jean Baptiste Fourrier wilde zelf de scholen in zijn stad inspecteren. En het was tijdens zo'n gelegenheid dat hij Jean François Champollion opmerkte, die opviel door zijn interessante vragen. Fourrier beloofde Champollion dat hij bij hem thuis de collectie Egyptische kunst mocht komen bekijken. 
 
 
        
        Aantekenboekje van Champollion, vol met hierogliefen en versieringen in kleur
 
In de herfst 1802, 11 jaar oud, kreeg Jean François Champollion de gelegenheid om deze collectie Egyptisch kunst te gaan zien. Jean François toonde zijn enthousiasme en stelde interessante vragen. Zo werden de schrifttekens op de voorwerpen bekeken, en hoorde hij dat deze tekens niet te lezen waren. Nog niemand was in staat geweest deze 'hiërogliefen' te ontcijferen. Jean François Champollion nam zich ter plekke voor, om de betekenissen van dit schrift te ontdekken.
Jean Baptiste Fourrier verleende Jean François toegang tot zijn soirées en wetenschappelijke bijeenkomsten.
Champollion tekende in deze tijd elk papier vol met deze wonderlijke schrifttekens. Hij maakte schriften en aantekenboekjes vol met hiërogliefen. Zo raakte hij vertrouwd met de verschillende tekens.

Het Koptisch en het oud-Egyptisch
 
In het jaar 1804 leerde hij Dom Raphaël kennen, een vroegere Koptische monnik. Dom Raphaël had in Egypte Napoleon en het Franse leger goede diensten bewezen, en was daarom benoemd tot leraar in het Arabisch aan de school voor Oosterse Talen in Parijs.
Deze ontmoeting was voor Champollion van groot belang, want hij is door eigen studie een belangrijk inzicht rijker geworden. De geschriften van de Guignes en Barthélemy hebben hem de overeenkomst van het Koptisch met het oud-Egyptisch duidelijk gemaakt.
Hij komt tot de overtuiging dat alleen bestudering van het halfvergeten Koptisch het oud-Egyptisch kan ontsluiten en tot ontcijfering  van het oud-Egyptische schrift kan leiden.
 
In 1804, kreeg hij van zijn broer Jacques Joseph de "Mémoires de l'Académie des Inscriptions et des Belles Lettres", waarin tientallen jaren tevoren  de artikelen van Guignes en Barthélomy verschenen waren.
In dezelfde tijd leerde Champollion, dank zij Fourrier, het "Consilium Aegyptiacum" van Leibniz kennen.
 
In 1807, 16 jaar oud, begon hij aan zijn eerste wetenschappelijk werk "Egypte onder de farao's".  Op 1 september 1807 las hij de inleiding voor, aan de Academie, aan een groep geleerde toehoorders. De voorzitter van de Academische Raad, Renauldon,  was enthousiast.

Parijs
 
In 1807 ging hij naar Parijs en ontmoette Sylvestre de Sacy. Champollion liep colleges Hebreeuws, Chaldeeuws, Syrisch en studeerde Perzisch, Sanskriet, Arabisch, Grieks. De mooiste taal vond hij het Koptisch. Hij leerde de Koptische priester kennen, Jeacha Scheftidschy. Deze hield een mis in het Koptisch. 
Champollion: "Ik wil het Koptisch kennen als mijn Frans ... in één woord, ik ben zo Koptisch gericht, dat ik voor mijn plezier alles vertaal wat in mijn hoofd opkomt; ik praat Koptisch met mezelf, omdat anderen mij niet zouden verstaan ...."

 
                                  
                                     oorspronkelijke vorm van de Stele van Rosetta
 
 
De Steen van Rosetta

In 1808 zag Champollion voor het eerst een kopie van de Steen van Rosetta, en verdiepte zich in het 'demotisch'. Hij leerde een aantal demotisch lettertekens.
 
 
 
 
 
"Er zijn drie soorten schrift: demotisch, hiëratisch en hiërogliefen"
 
Op 7 augustus 1809, 18 jaar oud, had Champollion een eerste theorie over het Egyptische schrift: "....er zijn niet twee, maar drie soorten schrift. Tussen het demotisch en de hiërogliefen staat het 'hiëratisch', een vervorming ontstaan door het schrijven van hiërogliefen op papyrus".
Daarmee was hij definitief de weg naar het latere succes ingeslagen.

Ontdekking van de 'klankwaarde' van een hiëroglief.
 
In 1813 toonde Champollion zijn scherpzinnigheid. Hij ontdekte de eerste hiëroglief naar zijn klankwaarde.
In het Koptisch bestaan 6 uitgangen voor de 6 persoonlijke voornaamwoorden. Deze zou je ook in het oud-Egyptisch moeten vinden. Inderdaad, vond hij de hiëroglifische equivalent voor het Griekse 'hij' of 'hem', in een 'slang met twee horens'.
In de demotische tekst is dat teken vereenvoudigd tot en overeenkomend met het Koptische 'q'.
 
 
   
 
         Overzicht van het Grieks (links), demotisch (midden) en hierogliefen (rechts)
 
 
Het werk lag hierna enige tijd stil. De politieke situatie rond Napoleon maakte dat Champollion moest vluchten. Hij zwierf enige tijd dakloos rond in de Alpen van de Dauphiné, gevolgd door een gedwongen verblijf in Figeac, in 1815, en later in Grenoble, in 1816, werd hij leraar aan een reformschool.

De tussentijd
 
In deze tussentijd bestudeerde Champollion verschillende Egyptische Dodenboeken, die geschreven zijn in hiërogliefen (op de muren in de grafkamers) en in het hiëratisch (op papyrusrollen). Hij vergeleek teken met teken van beide soorten schrift. In mei 1821, kon hij demotische teksten teken voor teken in het hiëratisch omzetten, en vervolgens naar hiërogliefen, en omgekeerd.

Een belangrijke ontdekking
 
Op 23 december 1821, zijn verjaardag, kreeg hij het goede idee, om de tekens van de hiërogliefische tekst en de woorden van het Grieks, op de Steen van Rosetta, te tellen: 486 Griekse woorden, 1419 hiërogliefen. Wat het bewijs leverde dat hiërogliefen geen woordtekens zijn, geen ideogrammen, geen symbolen, daarvoor was hun aantal te groot.
 
Het cartouche voor Ptolemaes is zijn bewijs.
Hij ziet nu in, dat deze naam óók in de hiërogliefische tekst fonetisch geschreven is volgens de wetten van de Egyptische taal, p-t-o-l-m-j-s , "Ptolmis" en niet "Ptolemaios" volgens de Engelse onderzoeker Young.
 
 
 
De obelisk van Philae
 
 
 
 
In januari 1822 kreeg Champollion een uitgave in handen, van een zgn. 'steendruk' van de obelisk-inscriptie uit Philae. Champollion stond als 'geëlectriseerd' bij de aanblik van deze opschrift, hij zag de naam van "Cleopatra". Dat bracht hem in één slag verder in de ontcijfering van de hiërogliefen.
Daarna ging het snel, met de eerste gevonden 13 alfabetisch tekens wist hij de cartouches van "Alexander" en "Berenice" en enkele vroege Romeninse keizers te vertalen. waarmee het aantal bekende tekens werd uitgebreid.

Determinatieven.

In augustus 1822 kwam Champollion een belangrijke stap verder. Het viel hem op dat er achter bepaalde hiërogliefische namen een sterretje stond. een sterretje achter de namen van sterren?
Plotseling kreeg hij een ingeving: hij herkende het principe van de (door hem zo genoemde) determinatieven ofwel aanduidingstekens. Het waren tekens die de betekenis van het woord aangaven. Daarvan zien we hieronder een aantal voorbeelden.

.... wordt nog geplaatst ..........


Verhandeling over het 'demotisch'.

De ontdekking van de determinatieven hield hij voor zich. Op 22 augustus 1822 las Champollion een verhandeling over het demotisch voor aan de academie.
Sylvestre de Sacy is sprakeloos, stelde voor Champollions werk te publiceren op kosten van de staat.
Champollion is onverzadigbaar in het opsporen van cartouches. Tempelopschriften hadden hem tot dan toe tientallen namen opgeleverd - maar altijd namen van Griekse en Romeinse vorsten uit de late periode van de Egyptische geschiedenis.
 

"Je tiens l'affaire"
 
Op de beslissende morgen van 14 september 1822 ontving Champollion een zending van de de Franse architect  Huyot, op reis door Egypte en Nubië. Het waren nauwgezette tekeningen van reliëfs en inschriften op Egyptische tempels.
Het eerste blad deed hem schrikken. Hij kreeg iets onder ogen - een koningsnaam ongetwijfeld, maar een die niet paste bij een van de Ptolemaeën en ook niet bij de Romeinse keizers.



De naam begon met een zon (cirkel boven links). De Koptische naam voor de zon is "Re". Daarop volgde een nog onbekend teken en daarna tweemaal de opgevouwen doek, dat stond voor 's'. Dat wilde zeggen - dat kon toch niet - "R-m-s-s", Ramses, de beroemdste van alle farao's, zijn?



Koortsachtig zocht hij verder tussen de bladeren die hij zojuist ontvangen had. Hij kreeg een nieuw blad in handen - weer bleef zijn blik op een naam gericht, beginnend met de 'ibis', het heilige dier van de god Thot, gevolgd door opnieuw dat onbekende teken en eindigen op een 's'. Dit was Thotmes of Thoetmosis, de tweede beroemde naam onder de farao's.
 
Daarop volgde koortsachtig onderzoek naar meer namen, meer woorden, meer teksten.
Tegen de middag was hij zeker van zijn zaak. Hij pakte de bladen met tekeningen en ging naar het instituut, waar zijn broer werkte.
 
"Je tiens l'affaire!" riep hij uit, op 14 september 1822, toen hij binnenliep bij zijn oudere broer.

"Ik heb het gevonden". Uitgeput zakte hij in elkaar. Het duurde enkele dagen voor hij weer in staat was om verder te gaan.
 
Lettre à M. Dacier

Op 29 september 1822 schreef Champollion zijn beroemde brief  "Lettre à M. Dacier, relative à l'alphabet des hiëroglyphes phonétiques",  gericht aan de Franse Académie des Insriptions et Belles-Lettres.
Deze verhandeling schetste eenvoudig en overtuigend hoe hij de Griekse en Romeinse namen las, en kwam tot het bewijs dat ook de oude inscripties naast ideogrammen alfabetische tekens bevatten, als een oud en belangrijk onderdeel van het schrift.
 
Zijn kennis van de Koptische taal gaf Champollion de mogelijkheid om ook oudere, inheemse koningsnamen te ontcijferen, als die van 'Ramses' en 'Thoetmosis'.

Précis du Système Hiéroglyphique

In 1823 publiceerde Champollion zijn "Précis du Système Hiéroglyphique". Daarin toonde hij in de inscripties farao-namen aan uit het tweede millenium voor Christus. Hij las verder vele andere namen en verttaalde samenhangende stukken tekst.
 
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Makrokosmische elementen in de biografie van Champollion

Het leven en werk van Champollion laat zich kennen aan de hand van makrokosmische elementen. We zullen dat beschrijven in een drietal onderwerpen:

 - de geboortehoroskoop en de progressies daarin,
 - de prenatale ontwikkeling
 - de actuele planeetstanden, de zgn. transits


Geboortehoroskoop en progressies

Onderstaande figuur toont de geboortehoroskoop van Champollion, met Uranus en de Maan in de Midhemel, het Zenith.
De Zon staat op 1.32 Steenbok (= 271.32 booggraden), tussen Venus en Mercurius. Verder zien we Neptunus op de Ascendant, en Jupiter, rijzend daarboven.
 
 
 
 
 
geboortehoroskoop van Jean-François Champollion, 23 december 1790, 2.00 uur, Figeac
 
 
In de progressies, volgend op de geboorte, waarbij elke dag telt voor één levensjaar, zien we conjuncties van Zon, Mercurius en Venus met de Mars radix. In het onderstaande overzicht van planeetstanden zien we de data en de corresponderende jaartallen.
Later in zijn leven heeft Champollion conjuncties met Pluto.


Prenatale ontwikkeling

In ons onderzoek naar vorm- en kleurgebruik in de beeldende kunst hebben we kunnen vaststellen dat de planeetaspecten tijdens de prenatale ontwikkeling van grote betekenis zijn voor de biografische ontwikkeling van een mens.
Hieronder zien we een overzicht van de planeetaspekten in de prenatale ontwikkeling van Champollion.
 
 
 
 
In de linkerkolom zien we de planeetaspekten in de prenatale ontwikkeling, waarbij één maanomloop (27.5 dagen) overeenkomt met 7 jaren in de daaropvolgende levensloop.
In het midden zien we de progressieve data met de progressieve aspekten van planeten met de radix standen van planeten.
Rechts zien we enkele actuele planeetstanden met de daarbijhorende bijzonderheden uit de biografie van Champollion.

We leggen de volgende feiten uit:

 - de transit van Uranus en Neptunus over de geboorte-Zon van Champollion
 - de Zonsverduistering van 14 mei 1790 in de prenatale ontwikkeling
 - de Zon-Uranus conjunctie van 2 augustus 1790 in de prenatale ontwikkeling
 - de Zon-Jupiter conjunctie van 4 september 1790 in de prenatale ontwikkeling
 - de progressieve Maan conjunct progressieve Zon conjunct Pluto radix


.... wordt op dit moment uitgeschreven ................
 
 
 
Rond de tijd van de ontcijfering spelen twee elementen een grote rol.

De transit van Uranus en Neptunus over de geboorte-Zon
 
Het eerste wat we opmerken is de transit van Uranus/Neptunus over de geboorteZon, in onderstaand schema zichtbaar gemaakt in de opeenvolgende solaar data (= verjaardagen). We zien zelfs een drievoudige conjunctie optreden, zowel Uranus als Neptunus lopen conjunct over de Zon, die in het schema natuurlijk onveranderlijk op 1.32 Steenbok staat. De precieze graden staan rechts aangegeven.
 
 
 
 
      
 
 
 
Zon-Uranus conjunctie op 2 augustus 1790

Het tweede dat we kunnen opmerken is de conjunctie van de Zon en Mercurius met Uranus in de prenatale ontwikkeling, op 2 en 7 augustus 1790, dat correspondeert met de jaren rond 1823.
 
In het voorbeeld van Jean-François Champollion heeft de Uranus een kwaliteit van uitvinding, ontdekking, ontcijfering, het brengt zaken "aan het licht". Champollion heeft in de gehele ontcijfering van de hierogliefen meerdere momenten gekend, waarin hem "een licht opging". Het bracht hem stap voor stap in de goede richting.

De Zonsverduistering van 14 mei 1790

Zonsverduisteringen hebben we in de loop van ons onderzoek leren zien als momenten waarop de levensloop een belangrijke wending krijgt.
In het voorbeeld van Champollion is dat de ontmoeting met Fourier in de herfst van 1802, als hij bij hem thuis de collectie Egyptische kunst ziet.
Deze gebeurtenis zet Champollion definitief op het spoor van zijn ontdekkingen.

De Zon-Jupiter conjunctie van 4 september 1790

In datzelfde onderzoek hebben we verschillende malen fenomenologisch kunnen vaststellen dat conjuncties met Jupiter optreden op momenten dat men gaat lesgeven.
In het voorbeeld van Champollion is dat het momet dat hij een leerstoel "Antiquité égyptienne" krijgt aan het "Collège de France" in Parijs.

Progressieve Maan conjunct de progressieve Zon conjunct Pluto

Champollion kwam te overlijden op 4 maart 1832, nog maar 41 jaar oud. Dit gegeven kunnen we terugzien in de progressies van de Maan en de Zon over Pluto. Naar het schijnt is hij overleden aan een beroerte, verzwakt door een ziekte, opgelopen tijdens zijn reis door Egypte, in de jaren daaraan voorafgaand.
We hebben verschillende voorbeelden waarin het overlijden wordt aagegeven door een progressieve Nieuwe Maan.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



















































Lees meer...
Categorieën
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl